Gewrichtsmuis van de knie (Osteochondritis dissecans)

Kraakbeenloslating

Een gewrichtsmuis is een losliggend stukje kraakbeen of bot in een gewricht dat soms beklemd raakt. In principe kan een gewrichtsmuis in elk gewricht ontstaan, maar veelal is het de elleboog of de knie (de zogenaamde scharniergewrichten).

Oorzaak

De oorzaak is vaak dat de gewrichtsmuis ontstaat als onderdeel van artrose of slijtage van het gewricht. Soms ontstaan gewrichtsmuizen zonder aanwijsbare reden en worden ze gevormd door het gewrichtskapsel (chondromatose). Zo zou een verkeerde belastingsas een van de onderliggende oorzaken kunnen zijn. Verder speelt mee een stoornis in de bloedvoorziening van het betreffende stukje bot, waardoor het afsterft en uiteindelijk loslaat. Vooral bij snel groeiende kinderen kan de bloedvoorziening voor de groeischijf op het randje van voldoende zijn, met een tekortschieten als gevolg.

Klachten gewrichtsmuis

De klachten zijn niet altijd aanwezig. Het belangrijkste fenomeen is of het stukje bot met kraakbeen nog stabiel vast zit. Wanneer het nog op zijn plaats zit en het kraakbeen nog glad verloopt zullen de klachten vaag zijn. Onduidelijk gelokaliseerde pijn en soms enige zwelling. Vooral bij zwaardere belasting en draaibewegingen zullen de klachten toenemen. Wanneer het stukje los komt te liggen zullen er slotverschijnselen optreden.

Behandeling en herstel

Belangrijkste doel van de behandeling is om de pijn te verminderen en het gewrichtsvlak te beschermen of te herstellen zodat er later geen slijtage zal optreden. Jonge kinderen zullen over het algemeen een goede genezingstendens tonen en dus een goede prognose hebben zolang de groeischijven nog open zijn.

Wanneer kraakbeen los laat bij een jong kind of jong volwassene

Als het stukje bot een blokkade veroorzaakt, kan het met een operatie worden weggehaald of vastgezet. Indien het kraakbeen alleen op één plek beschadigd is, dan kan de orthopedisch chirurg een kraabeenreparatie doen door het defect ‘op te boren’. Eerst wordt bij deze techniek losse kraakbeenstukjes en beschadigd kraakbeen verwijderd. Dan worden met een dun boortje gaatjes gemaakt in de botlaag onder het kraakbeen. Beenmergcellen die littekenkraakbeen kunnen aanmaken gaan u de gaatjes in het kraakbeen opvullen. Daarmee wordt herstel van het kraakbeen gestimuleerd. Vooral de mobiliteit en de functie van de enkel kunnen worden hersteld en de pijn wordt verlicht. Hiermee wordt echter de oorspronkelijke structuur niet volledig hersteld. Om weer goed op de been te komen na deze ingreep is zes weken met krukken lopen noodzakelijk.