Artrose (slijtage) van de knie

Het kniegewricht

Het kniegewricht is één van de meest complexe gewrichten van het menselijk lichaam. Behalve buigen en strekken, zijn in het gewricht ook andere bewegingen mogelijk, zoals draaien en glijden. De knie bestaat uit drie botstukken: het dijbeen (femur), het scheenbeen (tibia) en de knieschijf (patella). In het kniegewricht zijn de uiteinden van het dijbeen, het scheenbeen en de achterkant van de knieschijf bedekt met glad kraakbeen. Door dit kraakbeen is een soepele beweging tussen de twee botuiteinden mogelijk. Als een gezonde knie een beweging maakt, bewegen de twee gewrichtsvlakken makkelijk en zonder pijn ten opzichte van elkaar.

Tussen de uiteinden van het dijbeen en het scheenbeen bevindt zich een andere kraakbenige structuur, meniscus genaamd, die als demper fungeert. Het kniegewricht wordt afgesloten door een gewrichtskapsel, dat een vlies bevat. Dit produceert een (stroperige) vloeistof, die zorgt voor wrijvingsarm glijden. Samen met de meniscus werkt de vloeistof als schokbreker. Ze absorberen de krachten die op het gewricht komen tijdens activiteit. Sterke gewrichtsbanden verbinden het dijbeen met het scheenbeen, bedekken het gewricht en stabiliseren het. De bewegingen van de knie worden aangestuurd en gecontroleerd door de sterke dijbeenspieren, bilspieren, hamstrings en de spieren van het onderbeen. Een gezonde knie laat het been vrij bewegen, zonder pijn, met normale beweeglijkheid en absorbeert de schokken, die ontstaan door activiteiten zoals lopen, traplopen en rennen.

Wat is artrose?

Bij de geboorte hebben we op onze gewrichtsoppervlakken een laag kraakbeen, dat zo glad is als een biljartbal. Tijdens ons leven moet dit kraakbeen veel krachten en schokken opvangen. Hierdoor ontstaan ‘gebruikssporen’, (kleine) aantastingen of beschadigingen van het kraakbeen. Hoe groot of klein deze beschadigingen zijn, is afhankelijk van veel verschillende factoren. Hoewel een groot deel van ons lichaam het vermogen heeft zichzelf te herstellen, geldt dit maar voor een heel klein deel voor kraakbeen. De reden hiervoor is het gebrek aan doorbloeding van dit kraakbeen.

Doordat het kraakbeen niet uit zichzelf herstelt en brozer wordt naarmate we ouder worden, is de kans op klachten ten gevolge van toenemende schade, hoger op een latere leeftijd. Vaak wordt er dan gesproken over slijtage, gewrichtsslijtage of artrose. Artrose van het kniegewricht wordt ook wel gonartrose genoemd.

Bij artrose wordt de kraakbeenlaag dunner. Ook ontstaat er vaak een zwelling in de knie, een ontsteking in het gewrichtskapsel en botverdikkingen of botuitsteeksels aan de randen van het bot. Omdat in het kraakbeen heel erg weinig pijnreceptoren zitten, kan het niet direct pijn registreren. De pijn die ervaren wordt bij artrose, komt niet direct van het kraakbeen, maar van de andere geïrriteerde structuren in de knie.

Hoe ernstig het kraakbeen slijt verschilt van persoon tot persoon, net als de klachten die iemand heeft. Soms zijn op de röntgenfoto bijvoorbeeld ernstige afwijkingen te zien, terwijl iemand weinig klachten heeft. Het omgekeerde komt helaas ook voor. Hoe erg u wordt beperkt door artrose hangt onder andere af van uw spieren, banden en het kapsel in het gewricht.

Verschillende gradaties van letsel aan het kraakbeen

Kraakbeenbeschadiging (chondropathie) van de knie betekent niet direct dat u een nieuwe knie nodig heeft. Dit ligt onder andere aan de mate van schade en de hoeveelheid last die u ervan ondervindt. Er wordt onderscheid gemaakt in vier gradaties bij gewrichtsslijtage aan de knie, oplopend van ernst:

Graad I: Het kraakbeen is zacht geworden en de verende eigenschappen zijn verminderd. Soms is er een enkele osteofyt (botuitsteeksel) zichtbaar aan de randen van het gewricht. Deze graad I beschadiging is vaak niet waar te nemen op een röntgenfoto.

Graad II: Er bevinden zich scheurtjes en onregelmatigheden in het oppervlak van het kraakbeen. Echter, deze schade zit vaak oppervlakkig en reikt nog niet door tot het bot. De kraakbeenlaag is ook nog niet dunner geworden door de slijtagebeschadigingen. Soms zijn er duidelijke osteofyten zichtbaar op röntgenfoto’s. Ook graad II beschadigingen zijn niet altijd waar te nemen op een röntgenfoto.

Graad III: De eerdergenoemde scheuren hebben diepe groeven of gaten in het kraakbeen geslagen. Deze schade reikt dieper richting het bot, maar het bot ligt vaak nog niet bloot. Wel is er soms een versmalde gewrichtsspleet te zien op de röntgenfoto. Ook zijn de randen van de botuiteinden vaak aangedaan.

Graad IV: Het kraakbeen is bij een graad IV beschadiging (bijna) geheel verdwenen en het onderliggende bot ligt bloot. De gewrichtsspleet is versmald en soms bijna helemaal verdwenen. Ook hebben zich vaak grote botuitsteeksels gevormd en zijn de uiteinden van de botdelen misvormd.

Oorzaken artrose knie

Beschadiging van kraakbeen kan op verschillende manieren ontstaan en hoeft zeker niet altijd te leiden tot forse klachten en graad IV schade. Vaak ligt de oorzaak voor gevorderde kraakbeenschade bij een kleine beschadiging in de knie. Dit kan bijvoorbeeld een niet adequaat behandelde meniscusscheur zijn. Het was 20 tot 30 jaar geleden gebruikelijk om de meniscus in zijn geheel te verwijderen wanneer deze beschadigd was. Na het verwijderen van een groot deel van de meniscus is 10 tot 20 jaar later de kans op ernstige kraakbeenschade erg groot. Ook mensen die instabiliteit van de knie ervaren en veelvuldige zwikmomenten hebben (soms na een gescheurde voorste kruisband) lopen een grotere kans op artrose op latere leeftijd.

De volgende factoren kunnen bijdragen aan de versnelling van het proces van artrose:

  • Aanleg.
  • Groeistoornissen: bijvoorbeeld standsafwijkingen van de benen (X-benen of O-benen) waardoor het gewricht onnatuurlijk belast wordt.
  • Laxiteit (= slapheid) van gewrichtsbanden.
  • Matige spierconditie: bij onvoldoende spierkracht of stabiliteit komt er meer kracht op het gewricht terecht.
  • Posttraumatisch: artrose als gevolg van een (eerdere) verwonding of blessure, zoals een bot- of gewrichtsbreuk, bandletsel of meniscusschade.
  • Veelvuldige ontstekingen, bijvoorbeeld bij Reumatoïde Artritis.
  • Leeftijd: naarmate we ouder worden treedt bij iedereen een proces van artrose op.
  • Geslacht: vrouwen hebben een hoger risico op artrose.
  • Overbelasting door overgewicht, (langdurig) zwaar lichamelijk werk, intensieve sportbeoefening van extreme sporten of sporten waarbij veel zwikmomenten van de knie plaatsvinden (denk aan rugby, voetbal en handbal).

Hoe vaak komt artrose voor?

Artrose is een aandoening die veel voorkomt. In Nederland zijn er naar schatting 1,2 miljoen mensen met meer of mindere mate van artrose bij de huisarts bekend. Hiervan is 1/3 deel man en 2/3 deel vrouw. Van alle vormen van artrose is knieartrose de meest voorkomende (594.000 personen), gevolgd door heupartrose (359.000 personen). Van deze mensen krijgen jaarlijks 25.000 mensen een nieuwe knie en 20.000 een nieuwe heup.

Klachten artrose knie

Het klachtenbeeld van ieder persoon met een versleten knie is uniek. Toch zijn er verschillende klachten die veelvuldig voorkomen bij knieartrose. Bij knieartrose ontstaan de klachten vaak geleidelijk, maar ze kunnen ook plotseling beginnen. Deze klachten zijn in het begin incidenteel en wisselend en worden naar verloop van tijd constanter en heviger.

artrose van de knie | slijtage | gewrichtsslijtage | gonartrosePijn in de knie
Vaak worden pijnklachten aangegeven in de knie en knieholte, eventueel met uitstraling naar het onder- en bovenbeen. Ook kan de pijn soms uw slaap verstoren.

Stijfheid
Naast pijn, is stijfheid van de knie een frequent gehoorde klacht bij knieartrose. Deze stijfheid is met name aanwezig bij het opstaan uit bed (ochtendstijfheid), na lang zitten en bij het instappen in een auto. We spreken dan ook over zogenaamde startklachten. De knie voelt stijf aan en moet vaak ‘even op gang komen’. Deze stijfheid neemt gewoonlijk gedurende de dag door het bewegen af.

Krakend geluid in de knie
De gewrichtsoppervlakken zijn bij artrose niet langer helemaal glad. Door de oneffenheid kan een krakend geluid in de knie ontstaan bij het belasten. Dit geluid wordt door sommigen beschreven als het lopen door verse sneeuw of een grindpad.

Zwelling van de knie (vocht in de knie)
Het kniegewricht kan door alle irritaties gezwollen raken. Dit vocht wordt door het eigen lichaam aangemaakt. Meestal hebben mensen een algeheel dikkere knie, maar soms hoopt dit vocht ergens op. Dit kan soms leiden tot een uitstulpsel (cyste) die zich vaak in de knieholte manifesteert (Bakerse cyste).

Instabiliteitsklachten
Knieartrose kan gepaard gaan met instabiliteit van de knie. Er kan dan een gevoel ontstaan van door de knie zakken of haperen. Dit kan komen doordat er minder receptoren in het gewricht zitten, maar het kan ook komen door pijn of gebrek aan spierkracht. Deze laatste oorzaken gaan vaak hand in hand.

Bewegingsbeperking

Als gevolg van knieartrose kan de knie minder beweeglijk worden. Hij kan minder goed strekken, waardoor het lopen bemoeilijkt wordt. Ook het buigen wordt minder, waardoor hurken of knielen onmogelijk wordt. Wanneer knieartrose langer bestaat, kan dit leiden tot verkortingen van het kniekapsel en de omliggende spieren. De knie kan in een O-stand of X-stand komen te staan. Dit proces van verstijving van het gewricht, is het natuurlijke proces bij forse kraakbeenschade en kan tientallen jaren in beslag nemen. Afhankelijk van de persoonlijke oorzaken en eventuele interventies gaat dit proces bij de een sneller dan bij de ander. Vaak is er sprake van een combinatie van deze klachten bij knieartrose. Het is belangrijk onderscheid te maken tussen knieartrose en andere knieaandoeningen , voordat de diagnose knieartrose gesteld kan worden. Hiervoor is het belangrijk dat uw klachten zo compleet mogelijk in beeld worden gebracht.

Hoe wordt een gewrichtsprobleem vastgesteld?

Aan de hand van uw klachten vindt bij de specialist het vraaggesprek en een onderzoek plaats. Om de juiste diagnose te stellen, wordt er soms gekozen voor het maken van een röntgenfoto. Dit is niet altijd nodig en geeft ook niet altijd het juiste beeld. Sommige artrose afwijkingen zijn niet zichtbaar op röntgenfoto’s.

Behandeling en herstel

Niet-operatief
Rust geneest niets! Onder dit mom is het niet-operatieve traject vormgegeven. Wanneer u de diagnose van knieartrose heeft gekregen, betekent dit dus niet dat u alleen nog thuis in de stoel moet gaan zitten. U kunt juist zelf aan de slag om de klachten te verminderen. Soms kan de orthopedisch chirurg dit proces ondersteunen middels medicatie of een injectie. Dit traject kunt u het beste doen onder begeleiding van de fysiotherapeut, aan de hand van een duidelijk beweegadvies.

  • Zorg indien mogelijk voor gewichtsvermindering.
  • Beweeg gedoseerd en luister hierin goed naar uw lichaam.
  • Kies voor bewegen in plaats van belasten, bijvoorbeeld voor fietsen in plaats van lopen.
  • Vermijd balsporten, hardlopen en ‘springsporten’.
  • Vermijd diepe kniebuigingen, op de knieën zitten en zwaar tillen.

Plaatsing knieprothese
Wanneer u te veel last heeft van gewrichtsslijtage, pijn, bewegingsbeperkingen of verstijving van uw knie en er geen andere behandelingen meer mogelijk zijn, kunt u samen met uw behandelend arts besluiten om een knieprothese te plaatsen.